Ruimte voor Gent?

Op welke manier willen we wonen, werken, ontspannen, ons verplaatsen in 2030? De ruimte is schaars en er zullen duurzame, creatieve oplossingen nodig zijn. Daarom maakt de Stad Gent een Structuurvisie 2030 op. Dat plan bepaalt de ruimtelijke krachtlijnen van onze stad voor de toekomst. Het is het eerste mensgerichte ruimtelijk structuurplan in Vlaanderen: visie en inhoud zijn opgebouwd samen met Gentenaars en Gent-gebruikers. Het voorziet bovendien een doordacht luik van  cocreatie en gedragsmanagement voor de uitvoering ervan.

Lees hier het volledige ontwerp van de structuurvisie.

Bekijk hier een samenvattend filmpje van 2 minuten.

Wat is een structuurvisie?

De maatschappij én de stad veranderen voortdurend en spelen daarbij in op de noden van de mensen: een aangename woonomgeving met voldoende groen, mogelijkheden om zich te ontspannen, voldoende werkgelegenheid en een goede bereikbaarheid van die werkplekken, open ruimte waar plaats is voor landbouw en natuurontwikkeling …

Het stadsbestuur moet voor al deze maatschappelijke behoeften de juiste plaats vinden. Daarvoor is een goed en doordacht ruimtelijk beleid noodzakelijk waarbij duurzaamheid een overkoepelend streefdoel is bij alle keuzes en beslissingen; ruimtelijke draagkracht en ruimtelijke kwaliteit zijn hierbij kernbegrippen.

Een ruimtelijk structuurplan of structuurvisie is het instrument dat de krachtlijnen moet uitzetten voor dat gewenste ruimtelijk beleid van de stad, niet alleen op korte maar ook op lange termijn.

Waarom een nieuwe structuurvisie voor Gent?

Het huidige Ruimtelijk Structuurplan Gent (RSG) dateert al van 2003. De laatste jaren zijn heel wat kernprojecten uit dat  RSG gerealiseerd (Ledeberg Leeft, Gentbrugse Meersen, Arbed, KOBRA, de Krook, verschillende parken o.a. Prettige Wildernis … ). Een pak andere zijn in uitvoering (Oude Dokken, Sint-Pietersstation, de Krook, Eiland Zwijnaarde, grootschalige (woon)projecten zoals Dok Noord, Zeemanstuin en Ecowijk Gantoise … ). Klik hier voor een overzicht. Tegelijk blijft de stad in beweging: nieuwe tendensen en trends, opportuniteiten en uitdagingen steken de kop op. Het bestaande RSG biedt niet op al deze nieuwe ruimtelijke vraagstukken een adequaat antwoord. Daarom moeten we de bestaande én nieuwe vragen naar ruimte op elkaar afstemmen en naar innovatieve oplossingen zoeken voor de schaarse ruimte in de stad. 

Een vernieuwend plan

  • De Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent is het eerste ruimtelijk structuurplan in Vlaanderen met de ambitie en de instrumenten om ruimteneutraal binnen de huidige harde bestemmingen te zijn, dit wil zeggen dat er per saldo geen harde bestemmingen bijkomen.
  • De Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent kiest radicaal voor verweving van functies en zuinig ruimtegebruik en vertaalt dit in gepaste afwegingskaders en instrumenten.
  • De Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent is ook het eerste ruimtelijke structuurplan dat naast het openbaar vervoer ook de fiets als basis voor stadsontwikkeling inzet.

Ook de werkwijze, de methodiek en het proces zijn vooruitstrevend:

  • De Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent is het eerste ruimtelijk structuurplan in Vlaanderen dat zich volledig inpast in de beleids- en beheerscyclus (BCC) en dat zich positioneert als een coördinerend ruimtelijk visiedocument naast sectorale beleidsnota’s, waarvoor het het ruimtelijk kader vormt. Ruimte voor Gent moet het mogelijk maken dat we aan het begin van een nieuwe bestuursperiode of zelfs jaarlijks acties en maatregelen voorrang geven en bijsturen (op basis van de meerjarenplanning en/of begroting) zonder dat we de volledige structuurplanningsprocedure moeten doorlopen.
  • De Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent biedt in de eerste plaats een set van afwegingskaders en werkwijzen aan, om in de almaar wijzigende toekomstige context ruimtelijk en maatschappelijk verantwoorde keuzes te maken en kansen te benutten.
  • De Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent is het eerste mensgerichte ruimtelijk structuurplan in Vlaanderen. De nadruk ligt niet alleen op systeemgebruik van de ruimte (waarbij het gebruik van de ruimte van bovenaf wordt gestuurd), maar ook op de leefwereld van bewoners en het concrete en alledaagse gebruik van de ruimte. Ruimte voor Gent is vanuit dit perspectief opgebouwd in brede cocreatie. Ook voor de uitvoering gaan we uit van cocreatie en een gezamenlijke zoektocht naar inspiratie voor gedragsverandering.
  • De Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent is het eerste ruimtelijk structuurplan dat over 2030 heen doorkijkt tot 2050 wat betreft consequent voortbouwen op het fysisch systeem, toekomstgerichte infrastructuren en klimaatbestendigheid – dus ook met effectieve ruimten voor water en groen op alle schaalniveaus. Ruimte voor Gent geeft daarbij niet alleen een kader voor noodzakelijke kortetermijnrealisaties, maar koppelt die tegelijk aan al even noodzakelijke langetermijnambities.

Uitdagingen voor Gent

De burgeruitdaging: ruimtelijke planning is een proces voor en met alle bewoners en alle gebruikers van de stad

De Stad Gent hecht veel belang aan de betrokkenheid van de Gentenaars.  Eén van de hoofdstrategische doelstellingen stelt: “Gent spreekt haar burgers en andere betrokkenen aan op hun engagement en solidariteit en geeft hen goesting om samen de stad te maken en te beleven.”

We leggen ook bij dit proces en de uitvoering ervan een grote openheid aan de dag.  We willen een breed maatschappelijk draagvlak creëren en alle belanghebbenden voldoende informeren over en actief betrekken zowel bij het procesverloop als bij de latere uitvoering van de structuurvisie. We ijveren voor een proces waarbij een ruime waaier aan doelgroepen wordt betrokken. 

We willen Gentenaren en Gentgebruikers meer ruimte geven om de stad mee vorm te geven en te ontwikkelen. We ontwikkelen werkbare instrumenten om samen met anderen (scholen, bedrijven, Gentenaars, …) te werken aan een kwaliteitsvol woon‐, werk- en leefklimaat in Gent.

Meer recent is een verschuiving waar te nemen naar ‘doe-participatie’, waarbij participatie niet zozeer of niet alleen gaat om participeren via ‘mee spreken’, maar vooral om ‘mee doen’. Die verschuiving wordt vaak benoemd met termen zoals ‘co-creatie’ of ‘coproductie’.

Het gebruik van de stedelijke ruimte door burgers houdt zich niet steeds aan de juridisch vastgelegde bestemmingen, laat zich vaak niet sturen door de door beleidsmakers vooropgestelde netwerken en is aan meer en snellere verandering onderhevig dan de (trage) gebouwde ruimte. De spanning tussen individueel en collectief ruimtegebruik door burgers en de ordening van de gebouwde en fysieke ruimte vanuit het beleid en experten is dan wel onvermijdelijk en hoeft niet per se negatief geduid worden, onder meer omdat er vanuit het goed functioneren van ruimtelijk systeem nu eenmaal lange termijn overwegingen naar voor komen (bv. duurzame omgang met schaarse ruimte, het bewaken van ruimtelijke kwaliteiten over perceelgrenzen en generaties heen) die in het individueel en collectief ruimtegebruik door burgers te weinig aandacht krijgen.

Toch kunnen we de uitdaging om met burgers te werken in het ruimtelijk beleid niet uit de weg gaan. Het is een uitdaging die we in deze structuurvisie als mensgerichte planning benoemen (zie ook verder). Dat geldt niet alleen voor die aspecten van de stedelijke ruimte die dicht aanleunen bij de leefwereld van burgers – zoals het openbaar domein –, waardoor ze er gemakkelijker via co-creatie bij betrokken worden. De uitdaging is om co-creatie door burgers ook een plaats te geven bij de ordening van andere aspecten van de ruimte die door hun systemisch karakter – zoals mobiliteit, maar ook waterwegen – eerder naar beheer door experten neigen.

De uitdaging bestaat er dus in ruimte (zowel letterlijk als figuurlijk) te laten om burgers zelf actief die ruimte te laten maken. Hoe kunnen we het ruimtelijk beleid flexibel genoeg maken, zonder dat het goed en lange termijn functioneren van de stad als fysiek-ruimtelijk systeem in het gedrang komt?

De leefkwaliteitsuitdaging: de stad als leefbare omgeving voor jong en oud met voldoende en goed gespreide groene ruimte

De leefkwaliteitsuitdaging is zeer breed en omvat sterk uiteenlopende aspecten (sociaal, cultureel, gezondheid, economisch en ecologisch) die vaak ook bij de andere uitdagingen in beeld komen: een leefbare stad is tegelijk een bereikbare stad, met een evenwichtige en betaalbare woningmarkt en voldoende (gedifferentieerde) werkgelegenheid. Ook de klimaatverandering en het toenemende autoverkeer zet de stedelijke leefbaarheid onder druk.  Een leefbare stad is ook een kind- en leeftijdsvriendelijke stad.  Dit vraagt een geïntegreerde aanpak: alle kinderen hebben nood aan onderwijs, moeten zich veilig kunnen verplaatsen, kunnen spelen en sporten,… De ruimtelijke planning speelt hier een belangrijke rol in.

De klimaatuitdaging: duurzame en klimaatrobuuste ruimtelijke ontwikkeling

De uitputting van fossiele brandstoffen en de klimaatverandering zijn mondiale thema’s waarvoor ook antwoorden op lokale schaal vereist zijn. Ruimtelijke maatregelen spelen hierin een niet te onderschatten rol.  Door bijvoorbeeld de ruimte zo te organiseren dat het verplaatsingspatroon van de mensen verandert of door woningen op een duurzame manier te renoveren, verminderen we de behoefte aan energie – en dus ook de uitstoot van CO2 (mitigatie). Groen en in Gent zeker water, zorgen voor verkoeling in een stedelijke omgeving;  een meer open stedelijke structuur vermindert het stedelijk hitte-eiland effect (nu reeds 3 tot 8° C warmer dan buiten de stad). Open ruimtes zijn ook nodig om water op te vangen bij zware regenval en water vast te houden om periodes van droogte te overbruggen (adaptatie).

Specifiek voor Gent, waar meer dan de helft van het woningbestand ouder dan 55 jaar is, valt grote winst te maken bij duurzame renovatie en het verhogen van de energetische kwaliteit van het woningenpatrimonium.

De demografische uitdaging: de groei en wijzigende samenstelling van de bevolking opvangen

De bevolking blijft groeien. Bovendien veranderen de gezins- en samenlevingsvormen. Er zijn meer kleine huishoudens, jonge gezinnen ontvluchten de stad, … Al deze demografische trends  creëren nieuwe maatschappelijke en ruimtelijke uitdagingen.

Die trends vragen enerzijds om een beleid dat inzet op een gedifferentieerd, passend, betaalbaar en kwalitatief woon- en zorgaanbod op maat van de gezinssamenstelling, leeftijd en/of fysieke beperking met voldoende (ondersteunende) voorzieningen: onderwijs, groen, recreatie, (kind- en jeugdvriendelijke) publieke ruimten, ….

Anderzijds moeten we een beleid voeren  waarbij we de schaarse beschikbare ruimte en gronden weloverwogen inzetten. We zoeken manieren om “slim” te verdichten.  Nieuwe kwalitatieve woontypologieën, verdichten van de 20e-eeuwse wijken,…  Compact en kwalitatief  wonen met voldoende kamers is de uitdaging van de toekomst. De dualisering van de maatschappij speelt ook een rol in de dynamiek van de stad; we nemen daarom de ruimtelijke gevolgen van sociale segregatie mee en onderzoeken hoe we die segregatie vanuit ruimtelijk oogpunt kunnen milderen.

De mobiliteitsuitdaging: selectieve bereikbaarheid van de stad(sregio) garanderen

Inzake mobiliteit zien we in Gent twee bewegingen.

Enerzijds is Gent onderhevig aan een steeds toenemende aantrekkingskracht, wat leidt tot demografische groei, toename van het aantal studenten en pendelaars, een hoger activiteitenniveau,... Anderzijds speelt Gent de voorbij decennia een pioniersrol op het vlak van duurzame stedelijke mobiliteit. Hiervan plukken we nu de eerste vruchten.

De onmiddellijke druk vanuit de stadsregio blijft evenwel de belangrijkste mobiliteitsuitdaging: in absolute cijfers neemt het autoverkeer vanuit de buur- en randgemeenten nog toe omdat het wonen en de andere activiteiten groeien. Het openbaar vervoeraanbod en veilige en directe fietsverbindingen ontbreken vaak, waardoor de autoafhankelijkheid hoger is en het verkeer op de invalswegen verder toeneemt. Daarbij komt dat het huidige openbaar vervoersmodel met trams en bussen historisch sterk radiaal op het stadscentrum is georiënteerd.  Doordat heel wat (grootschalige) functies zich buiten die historische kern zijn gaan vestigen, evolueerde Gent naar een stedelijke polycentrische structuur. Er ontstaat meer ruimtelijke en mobiliteitsinteractie tussen verschillende groeistedelijke kernen onderling , nog eens versterkt door de vaak monofunctionele invulling van ontwikkelingen en dus spreiding van activiteiten (wonen, werken, winkelen, onderwijs). Deze ontwikkelingen doorbreken voor een deel het historische radiale verplaatsingspatroon, met de nodige gevolgen op vlak van mobiliteit.

Als we willen dat de huidige mobiliteitstrends zich doorzetten,  groeit de vraag naar slimme strategieën voor de groeistedelijke wijken en randgemeenten om daar de mobiliteit beheersbaar en duurzaam te maken of te houden. Daarbij zullen we naast het autoverkeer, zeker de modus fiets en het openbaar vervoer als volwaardige mobiliteitssystemen op maat van de Gentse regio verder moeten uitbouwen. Deze uitdaging vergt een schaalsprong in het mobiliteits- én het ruimtelijk beleid. Vandaag zijn de huidige vervoerssystemen onvoldoende aangepast aan de ruimtelijke organisatie, en vice versa.

We promoten en accommoderen dus het fietsgebruik en zetten daarnaast ook in op het beheersen van de stromen en het enten van ruimtelijke ontwikkelingen op dit systeem. Bij openbaar vervoer is het al langer gangbaar ruimtelijke ontwikkelingen op knooppunten of assen te enten. De positieve mobiliteitseffecten hiervan zijn nog onvoldoende merkbaar in Gent. Het ruimtelijk beleid moet nog meer inspelen op die potentie. Waar openbaar of gemeenschappelijk vervoer (bijvoorbeeld van en naar werksites) ontbreekt, moeten we ons organiseren, zodat die plekken ruimtelijk beter functioneren.

Individueel gemotoriseerd verkeer is zich ook meer aan het loskoppelen van individueel voertuigbezit; autodeelsystemen zijn stilaan het niveau van niche aan het ontgroeien. Dat is een positieve evolutie, want stilstaande auto’s nemen zeer veel ruimte in. Die kan een aantrekkelijker invulling krijgen. Water bijvoorbeeld of groen om te spelen of te zitten.

Bij dit alles blijft het een uitdaging om ook bereikbaarheid en toegankelijkheid voor voetgangers en minder mobiele personen steeds te garanderen. We ontwikkelen daarvoor binnen het mobiliteitsbeleid een set aan innovatieve en duurzame vervoersmiddelen die goed aan onze Gentse ruimtelijke context zijn aangepast.

Ook in de vracht- en distributiesystemen is een revolutie aan de gang. Deze trends nemen we in beschouwing door verder ruimtelijk-economisch onderzoek.

De economische uitdaging: de ruimtelijke gevolgen van de groeiende en veranderende economie opvangen

Om de vooropgestelde doelstellingen op vlak van werkgelegenheid te halen en daarbij de werkloosheid te verminderen, is er nood aan  bijkomende, gedifferentieerde en passende werkgelegenheid in Gent. Om de werkzaamheid te verhogen - en zelfs om ze op peil te houden -  is een toekomstgerichte werkgelegenheidsontwikkeling noodzakelijk.  We moeten daarbij rekening houden met nieuwe economische trends en tendensen . Kwalitatieve ruimte voor economie is één van de noodzakelijke voorwaarden om jobs te creëren.

De uitdaging bestaat er in om de economische groei doordacht te laten gebeuren door het verder diversifiëren van de economie waarbij we voldoende ruimte creëren voor bedrijven in groeisectoren zoals bv. de energie- en milieutechnologie en de creatieve economie.

Door monitoring en gericht onderzoek spelen we kort op de bal en schatten we zo de ruimtelijke gevolgen van nieuwe economische trends zo goed mogelijk in. Op die manier zorgen we voor een gepast kwalitatief aanbod.

 

Mensgericht plannen: ruimte voor alle Gentenaars

Ruimtelijke planning moet een proces zijn met en voor alle Gentenaars en Gentgebruikers. We maken van Ruimte voor Gent daarom uitdrukkelijk een ruimtelijk, maar ook een duidelijk mensgericht plan. Het mensgericht plannen houdt in dat we:

  • de ambitie hebben om bij de ordening van de ruimte meer dan vroeger aandacht te besteden aan het concrete en alledaagse gebruik van de ruimte door Gentenaars en Gentgebruikers(plannen vanuit hun leefwereld);
  • niet alleen met experten, sectororganisaties en beleidsmakers werken maar ook Gentenaars en Gentgebruikers een actieve plaats te geven in het ruimtelijk beleid (cocreatie)

Deze twee ambities zijn nauw met elkaar verbonden en spreken de noodzaak uit om naast vaktechnische expertise ook lokale kennis van de ruimte en het gebruik ervan in rekening te nemen. Op die manier gebeuren er geen ruimtelijke ingrepen die haaks staan op de beleving en noodzakelijkheden van een specifieke context. Bij voorkeur verlopen ruimtelijke beleidsprocessen in samenspraak met de gebruikers van die ruimte (cocreatie)  en/of experts die informatie kunnen geven over maatschappelijke trends en ruimtegebruik.

Dergelijke mensgerichte planning vraagt om specifieke begeleiding met aandacht voor

  • een werkwijze op maat van de diversiteit van de samenleving: Burgers verschillen van elkaar in hun sociaaleconomische positie, scholingsgraad, gender, etnisch-culturele achtergrond, seksualiteit, leeftijd, leefstijl, waardoor ze op een ongelijke manier kunnen/willen deelnemen aan het maatschappelijk debat en/of de inrichting van de ruimte. We focussen daarbij in het bijzonder op zwakkere doelgroepen en de betrokkenheid ervan bij cocreatie- en participatietrajecten.
  • de mogelijke hefboomfunctie: Mensgerichte planning is ook een instrument voor samenlevingsopbouw, onder meer via de ruimte die gereserveerd wordt voor verschillende menselijke activiteiten, de afstemming van ruimtelijke inrichting op bepaalde types ruimtegebruik, locatiekeuzes voor dienstverlening en bedrijvigheid, de plaats die burgers krijgen in ruimtelijke beleidsvorming, flexibiliteit van ruimtelijke regels en de toegang tot het gebruik van ruimtelijke en andere beleidsinstrumenten.
  • ruimte voor onderhandeling in de uitvoering van ruimtelijk beleid: De wens van burgers en andere externe partners om mee de ruimte te maken botst momenteel vaak op juridische en andere regels. Daardoor kunnen we onvoldoende inspelen op maatschappelijke trends en veranderingen in ruimtegebruik.

Mensgericht plannen vereist hier een herdenking van het instrumentarium waarbij ruimtelijk planners bepaalde (gewenste) sociaal-ruimtelijke praktijken faciliteren door er gericht instrumenten voor te ontwikkelen ten behoeve van uitvoering.

De ruimtepiloten die parallel aan het inhoudelijke proces van de Structuurvisie 2030 - Ruimte voor Gent worden uitgewerkt, vormen een goede testcase voor de omslag naar een mensgerichte planning.

Breed maatschappelijk debat

Bij de opmaak van Ruimte voor Gent – Structuurvisie 2030 vervullen verschillende actoren een rol. Het is belangrijk dat iedereen zijn taak kent en input kan geven. Daarom loopt overleg en terugkoppeling als een rode draad doorheen het proces. Een goede overlegstructuur en regie, een maatschappelijk debat, actieve communicatie en een doorgedreven monitoring van gegevens zijn noodzakelijk gedurende het ganse proces, vanaf de uitwerking van de visie tot en met de concrete realisatie ervan.

Om dit voor ogen te houden was een doorgedreven interne processtructuur noodzakelijk.

Een projectteam vertegenwoordigt de diverse betrokken stadsdiensten. Op geregelde tijdstippen bieden zij de broodnodige input vanuit hun expertise (groen, mobiliteit, wonen enzovoort).

Extern hield de Stad Gent al van bij het prille begin de vinger aan de pols via de denktank. Dat is een diverse groep van een dertigtal breeddenkende Gentenaars die het hele structuurplanningsproces meemaken. In deze groep zitten mensen die zich verbonden voelen met de toekomst van Gent, met een open geest kunnen debatteren, respect hebben voor andere visies en  over voldoende gedrevenheid beschikken om te willen participeren gedurende het hele traject. Tijdens de denktankbijeenkomsten werd op een vrij abstract en conceptueel niveau gebrainstormd over de ruimtelijke toekomst van de stad.  Het materiaal dat uit de discussies kwam leverde input aan het projectteam om tot een vernieuwende toekomstgerichte en duurzame ruimtelijke visie op Gent te komen.

Betrokkenheid creëren

De opmaak van een dergelijke structuurvisie kan niet zonder de betrokkenheid van het ruimere publiek. Van bij het begin is dan ook gekozen voor een actief publieksdebat. Uiteindelijk gaat het om een abstracte boodschap die voor velen een ver-van-mijn-bed-show is. 2030 is verre toekomst. Een structuurvisie vertaalt zich niet onmiddellijk op het terrein, oude zienswijzen veranderen niet zomaar. Bovendien is het geen kant-en-klare hap, maar een visie in wording. Van het publiek wordt niet alleen betrokkenheid gevraagd maar ook een actieve inbreng. De doelgroepen bestaan uit een heel brede waaier aan leeftijden, beroepscategorieën en sociale profielen. De uitdaging is dit interessant te houden voor zowel de specialist ruimtelijk planner als de student, het jonge gezin, het oudere echtpaar, de toerist, de ondernemer, de werknemer in de sociale economie enzovoort.

Urgentie creëren was de eerste te nemen horde. Hoe in de aandacht brengen dat Ruimte voor Gent er komt, er moet komen en voor elk van de Gentenaars van tel is? Eind januari 2015 ging het bredere communicatietraject en maatschappelijke debat van start, met een persconferentie en een ‘stunt’. Aan het Gravensteen, Gents belangrijkste historische monument, verrees een gigantisch spandoek waarop werd aangekondigd dat in het kasteel luxeflats zouden komen. Persaandacht en ‘buzz’ verzekerd. Door de lancering van twee ludieke promofilmpjes met bekende Gentenaars kwam er ook heel wat belangstelling van regionale en landelijke pers.

Met de medewerking van een communicatiebureau werd de campagne ondersteund in de sociale media. De eigen mediakanalen van de Stad Gent werden volop ingezet.

www.ruimtevoor.gent

Om een zo divers mogelijk publiek te bereiken gebeurt de communicatie via verschillende kanalen, zowel online als offline. De online communicatie neemt hiervan het leeuwendeel in en vormt de basis van het debat. Er kwam een interactieve website op maat, naast de bestaande stadswebsite. Iedereen kon in de eerste helft van 2015 een eigen idee posten voor het Gent van de toekomst.

Uit die ideeën maakten we een selectie van ‘ruimtepiloten’, ideeën waar de Stad samen met de indieners en experten verder onderzoek aan koppelde (zie verder).

Behalve een verzamelplaats voor inspirerende ideeën, biedt het online platform ook een agenda met activiteiten rond de stad van de toekomst, een nieuwsforum met verslagen, achtergrondinformatie over Ruimte voor Gent en een nieuwsbrief. Vijf filmpjes met getuigenissen van bewoners tonen de uitdagingen waar de stad voor staat in de praktijk. Een animatiefilm van twee minuten verbeeldt de voornaamste krachtlijnen.

Aanhaken op bestaande initiatieven

De offline communicatie is minstens even belangrijk. Niet iedereen heeft toegang tot internet of is actief op sociale mediakanalen. Affiches in het Gentse straatbeeld ondersteunden de campagne in de beginfase.

Daarnaast werden al van bij aanvang van het traject intakes georganiseerd met een breed scala van organisaties, kennisinstellingen en verenigingen om samen te bekijken wanneer in het traject en op welke manier hun specifieke doelgroep deel kon nemen aan het debat. Hun deelname gebeurde dan ook op maat van de specifieke doelgroep en hun input werd gaandeweg mee opgenomen in het inhoudelijke traject. De Stad haakte daarbij waar mogelijk en relevant aan bij andere lopende (beleids)trajecten en samenkomsten, zoals Wijk van de Maand, waarbij een bepaalde stadswijk in de kijker staat. Interne communicatie binnen de stadsorganisatie gebeurde met intranetberichten, zogenaamde ‘lunchgesprekken’ en artikels in het personeelsblad.

Wisselen tussen macro- en microniveau

Eén van de grootste uitdagingen bij het publieksdebat is de abstracte boodschap vertalen naar de verschillende doelgroepen, en tegelijkertijd zorgen dat de input van die doelgroepen genoeg schaalgrootte heeft om ze mee te kunnen opnemen in het inhoudelijke traject. Het concrete verhaal van de burger vormde echter het vertrekpunt om tot de bredere visie te komen.

Daarom werd elke doelgroep gestimuleerd en geïnspireerd op een microniveau eigen aan zijn situatie. Alles wat mensen kan inspireren om te vertellen hoe wonen, werken, leven in de stad voor hen is en zou moeten zijn. De Gentenaars zijn immers de experten als het aankomt op leven in de stad. Na de concrete activiteit volgde dan een diepgaander moment die de concrete verhalen naar een hoger niveau tilde. Discussies in verschillende groepen, met iemand van het stadsbestuur of stadsmedewerkers als moderator. De ervaring leert dat dergelijke aanpak toelaat constant te schakelen tussen het micro- en macroniveau en een heel bevredigende input oplevert.

Naast de discussiegroepen met verschillende doelgroepen kwamen er publieksevenementen met fietstochten en debat: de ‘inspiratiedag’ in oktober 2016 en het ‘toekomstgesprek’ in maart 2017.

De tentoonstelling ‘A Glimpse of where we’re going’ in het STAM van oktober 2016 tot mei 2017 toonde de toekomstige verstedelijking door de ogen van kunstenares Elly Van Eeghem.

Mijlpalen inlassen

Aangezien de campagne over zo’n lange periode loopt, is het zaak de aandacht levendig te houden. Afhankelijk van de fases in het inhoudelijke proces, wordt de campagne daarom opgedeeld in meerdere kleinere campagnes, elk met hun eigen focus en mijlpalen. Die mijlpalen zijn belangrijk omdat ze uitzicht bieden op een terugkoppelmoment.

Pilootprojecten

Experts van de denktank selecteerden samen met de Stad enkele ideeën die door Gentenaars zijn aangebracht. Samen met deze indieners kwam een proces van cocreatie op gang. Hun ideeën verbeelden een mogelijke toekomst voor Gent. Ze zetten aan om over concrete oplossingen na te denken en tonen wat mogelijk is. Zo toont een animatiefilmpje de potenties wanneer we een stuk snelweg weghalen uit een woonwijk (E17 in Gentbrugge). Een ander proefproject toont hoe leegstaande kerken op een andere manier kunnen worden ingezet. Een groep die een idee indiende om meer aandacht te hebben voor korte-ketenlandbouw ging ook daadwerkelijk aan de slag op een braakliggend terrein. Een volledige wijk kreeg een eigen masterplan en er werd onderzocht hoe we ongebruikte binnengebieden beter kunnen benutten.

Deze bottom-up-ideeën bieden op hun beurt inspiratie voor de Structuurvisie 2030 en zeggen iets over de ruimtelijke krachtlijnen voor de toekomst. Meer info en de resultaten van deze ‘ruimtepiloten’ vindt u hier.

Visie en ruimtelijke concepten

In de Structuurvisie 2030 – Ruimte voor Gent krijgen de globale doelstellingen en ambities van de Stad Gent een ruimtelijke vertaling. Vanuit die missie en vanuit mensgerichte planning staat ‘Ruimte voor Gent’ daarbij voor ‘Ruimte voor alle Gentenaars’. De ruimtelijke ontwikkeling beoogt immers alle Gentenaars (Gentbewoners en Gentgebruikers) de nodige leefbare ruimte voor hun ontwikkeling te geven. De twee delen van de titel van deze Structuurvisie 2030 dekken daarbij elk hun deel van de inhoud ervan.

‘Gent’ staat voor alles waar het stadsbestuur en de Gentenaars voor (willen) staan :

  • Gent als eigenzinnige en kindvriendelijke, samenhangende stad met een mozaïek van plekken met eigenheid en mogelijkheid tot ontmoeting
  • Gent als authentieke stad
  • Gent als leefbare en verweven woon- en werkstad
  • Gent als innovatieve stad
  • Gent als veelzijdige kennis- en cultuurstad
  • Gent als stad van water en doordrongen groen
  • Gent als meerlagige, duurzame en klimaatrobuuste stad, die zich ook voor de toekomstige generaties Gentenaars leefbaar houdt
  • Gent als zelfbewust, voortrekkend, verleidend en aansturend samenwerkende stad.

‘Ruimte voor’ staat voor de manier waarop we daar ruimtelijk aan willen werken.

De visie-elementen geven daarbij aan  hoe we op (middel)lange termijn een ruimtelijk antwoord kunnen bieden aan de uitdagingen die op ons afkomen zodat we garanties kunnen bieden voor een ‘toekomstbestendige stad’ .

1. Een leefbare stad en een 'warme' samenleving zijn onze hoofddoelstellinggen

Elk ruimtelijk project vertrekt vanuit de basisgedachte dat ze moeten bijdragen aan een verhoogde leefbaarheid. Wanneer we bij een project de leefbaarheid van de plek en zijn omgeving niet meer kunnen garanderen, is de ruimtelijke draagkracht van die plek overschreden. Elementen van de draagkracht zijn bescherming, zorg en gezondheid, comfort, beleving, ontmoeting, diversiteit  en gerichtheid op kinderen en jongeren.

2. We beschouwen het fysisch systeem en de geschiedenis als basis voor de ruimtelijke ontwikkeling

Gent ontwikkelde zich doorheen de geschiedenis op het fysisch systeem  van de samenkomende riviervalleien van Schelde en Leie. Dit fysisch systeem vormt ook de basis voor de verdere ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Zeker de waterstructuur en het watersysteem zijn bepalende ruimtelijke dragers.  Veel andere patronen passen zich aan het fysisch systeem en in het bijzonder aan het water aan. De ondergrond is vaak letterlijk onontgonnen gebied; ze legt niet alleen randvoorwaarden op bij ontwikkelingen, maar biedt ook heel wat (ruimtelijke) mogelijkheden die we voldoende in beeld willen brengen. De ondergrond bepaalt daarmee mee de structuur van de bovengrondse ruimtelijke ontwikkelingen.

3. We zetten in op groen en water

Groen en water, van de grote groenpolen aan de rand van de stad, over de groen(blauwe) assen en de wijkparken, tot straatbomen, gevelgroen en groendaken, maken de stad aantrekkelijk, leefbaar en klimaatrobuust.  Groen, zeker in combinatie met water, verkoelt de stad in de zomer en mildert het stedelijk hitte-eiland effect. Groen zorgt dankzij de schaduwwerking ook voor koelte op hete dagen.

Hierin spelen ook de kleinste groenvormen tot aan de solitaire boom een cruciale rol. Groenstructuren zijn niet enkel belangrijk in woonweefsels of binnen frequent bezochte publieke ruimtes, een hoogwaardige groenstructuur in economische clusters vormt eveneens een essentiële schakel voor het beheersen van de stedelijke temperatuur, het watersysteem en de luchtkwaliteit in het stedelijk conglomeraat. Groen speelt een essentiële rol bij het vasthouden, infiltreren en bufferen van hemelwater en helpt zo wateroverlast te voorkomen. Het terugdringen van de verhardingsgraad is belangrijk om zoveel mogelijk water in de bodem te laten infiltreren.

Op stadsniveau heeft groen zeker een positieve invloed op de luchtkwaliteit.  Het rechtstreekse effect (door absorptie) van vegetatie op geluid is eerder beperkt. De onrechtstreekse effecten zijn echter vaak belangrijker: we ervaren geluid als minder storend in een aantrekkelijke, groene omgeving.

Groen en water zijn ten slotte ook essentieel voor de biodiversiteit. Daarom zijn er voldoende luwe plekken voor natuur nodig, en wel allerlei soorten met verschillende stapstenen en natuurverbindingen.

4. We kiezen voor behoedzame stadsontwikkeling

De ruimtelijke eigenheid, de functionaliteit en de beeldkwaliteit van de Gentse ruimte (landschappen, stedelijke structuren, open en publieke ruimten en gebouwen) zijn drie criteria bij elke ruimtelijke ontwikkeling. Hoe het werkt (functionaliteit) en hoe het er uit ziet (beeldkwaliteit) zijn gelijkwaardig en hebben een sterke onderlinge dialectiek.  We houden rekening met de aanwezige eigenschappen, de betekenis en geschiedenis en de mogelijke toekomst van een plek en met de relatie tot haar omgeving (genius loci): behoedzame stadsontwikkeling respecteert de gelaagdheid van een plek. We bouwen voort op de bestaande stad en houden rekening met het bestaande ruimtelijk én sociaal weefsel (verbetering zonder verdringing). De behoedzame stadsontwikkeling ondersteunt de sociale dimensie van het wonen en leven van de Gentenaars in de stad. Ruimtelijke ingrepen voegen waarde toe, zowel op sociaal, functioneel, landschappelijk, economisch als op ecologisch vlak (in elk geval meer waarde dan er door verloren zou gaan).

5. We gaan duurzaam om met de ruimte door te delen en te vernieuwen in plaats van zomaar te groeien

Wanneer de stad groeit, moet dat op een duurzame manier gebeuren.  Verstandig groeien is het sleutelwoord.  Dit kan vooral door het stedelijk weefsel te vernieuwen en de groei van de stad op te vangen binnen de bestaande harde bestemmingen.  We kiezen voor inventieve oplossingen waarbij we de beschikbare ruimte en het bestaande patrimonium op een efficiënte(re) manier invullen en tegelijk rekening houden met de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent onder meer bijkomende verhardingen zoveel mogelijk beperken.

Efficiënt met de beschikbare ruimte omgaan is ook  een voorwaarde wil Gent een leefbare, een kind- en leeftijdsvriendelijke, een klimaatneutrale en een klimaatrobuuste stad zijn. 

6. We geven eigenheid aan wijken en ruimtelijk samenhangende gebieden

De stad is een mozaïek van buurten en wijken. De eigenheid van een wijk wordt sterk bepaald door de mensen die er wonen, maar ook door de ruimtelijke kwaliteiten en kenmerken. Het ruimtelijk beleid kan de eigenheid, leefkwaliteit, leesbaarheid en herkenbaarheid mee ondersteunen, versterken of bijsturen.  Publieke ruimtes zijn hierbij een belangrijke schakel. Het is belangrijk ze op maat van het kind, de voetganger en de fietser in te richten. Dit betekent dat de (leesbare en leefbare) publieke ruimte bescherming, comfort en beleving creëert.

Een optimale verblijfskwaliteit van de publieke ruimte staat voorop. De ruimte waarin iedereen zich zelfstandig kan verblijven en verplaatsen richten we op een kindvriendelijke manier in: naast samenhang zijn onder andere de (verkeers)veiligheid, de schaal, beeldkwaliteit, leesbaarheid en comfort en gebruiksvriendelijkheid ontwerpcriteria.

7. Mensen maken de stad

De ruimtelijke structuur en netwerken van de stad sturen het gedrag en het ruimtegebruik van de inwoners en gebruikers sterk: infrastructuur kan als een barrière werken, ‘steenwegen’ functioneren vaak al eeuwenlang als invalswegen, pleinen organiseren ontmoeting. Toch ondergaan inwoners en gebruikers van de stad de ruimtelijke structuur en netwerken niet zomaar. Ze spelen actief en vaak ook creatief in op ruimtelijke structuren en netwerken en maken via hun gebruik van de ruimte zelf in meer of mindere mate mee de stad.

Er is ook ruimtegebruik dat bewust of onbewust de ruimte transformeert, tot in haar meest fundamentele structuren en netwerken. Zo is er informeel en tijdelijk ruimtegebruik, waarbij burgers de mogelijkheden van een onbenutte of onderbenutte plaats verkennen of er plaats zoeken voor activiteiten waarvoor ze nog geen geschikte plek hebben vonden. De verandering in gebruik kan ook op een sluipende manier het hele karakter van de ruimte zelf veranderen. Dat gebeurde toen mensen de publieke ruimte massaal begonnen in te nemen voor het rijden met en het parkeren van auto’s. Sluipverkeer is nog zo’n voorbeeld. Mensen kunnen door hun gebruik van de ruimte ook hun verzet tegen het officiële of feitelijke gebruik van de ruimte manifesteren, bijvoorbeeld tegen het bouwen in de open ruimte of in nu al dicht bebouwde wijken of het verkeersluw maken van de binnenstad.

‘Mensen maken de stad’ betekent niet dat elke vorm van individuele en collectieve ruimtelijke toe-eigening zomaar kan, wel dat er in het ruimtelijk beleid een belangrijke rol weggelegd is voor de Gentenaar en dat die mee de ruimte, haar structuren en netwerken mag en kan maken. Wat die rol in het algemeen mag en kan zijn, wordt in dit document verder uitgewerkt als de mensgerichte benadering van ruimtelijke planning. Het zal in elk concreet geval het voorwerp moeten uitmaken van een democratisch besluitvormingsproces, waarbij enerzijds de Stad erkend wordt als vertegenwoordiger van het algemene ruimtelijke belang (ruimtelijke draagkracht, sociale inclusie enzovoort), maar anderzijds ook de burger en zijn ruimtelijke kennis en competenties naar waarde geschat worden.

8. We beschouwen ‘witruimtes’ als essentieel in onze ruimtelijke ontwikkeling

Mensgerichte ruimtelijke planning vereist een flexibele omgang met de ruimte, ruimtelijke structuren en netwerken, zolang dit de ruimtelijke draagkracht niet overstijgt. Dit maakt het mogelijk in te spelen op nieuwe maatschappelijke behoeften en wensen en bijbehorende ruimtevragen. Voorbeelden van zulke nieuwe behoeften zijn er genoeg: de hernieuwde vraag naar religieuze ruimte onder invloed van migratie, stadsgerichte landbouw, inclusieve ontmoetingsruimte, autodeelsystemen, ruimte voor nieuwe of vernieuwende vormen van (creatieve) economie. Vaak zijn die nieuwe ruimtevragen wel te zwak om tegen gevestigd ruimtegebruik op te tornen. Daarom is het bestaan van zogenaamde witruimte essentieel in ruimtelijke ontwikkeling. In een dynamische stedelijke ruimte zijn er steeds ruimtes beschikbaar voor nieuwe vragen. Witruimtes kunnen veel verschillende vormen aannemen: braakliggende gronden (eventueel in afwachting van ontwikkeling), leegstaande panden, goedkope winkel-, woon- en werkruimtes enzovoort. Het zijn ruimtes waar geëxperimenteerd kan worden en waar initiatieven mogelijk zijn die mensen prikkelen en die daardoor aan de basis liggen van de rijke diversiteit en dynamiek die zich telkens opnieuw in de stad ontwikkelt.

Het beleid kan deze witruimtes niet vooraf en ook niet definitief vastleggen, maar het houdt wel in het oog dat er steeds voldoende zijn en dat ze goed gespreid zijn over de stad. Het is eigen aan dergelijke tijdelijke witruimtes dat we ze moeilijk kunnen plannen en hier dus niet echt een sturend instrumentarium aan kunnen koppelen. Het komt er in de eerste plaats op aan de onbenutte en onderbenutte ruimtes te kennen, hun mogelijkheden op te merken en er een ontwerpreflex voor te ontwikkelen. Dit laatste komt erop neer dat we bij ruimtelijke projecten mogelijkheden van tijdelijke invullingen in beeld brengen.

Verder kunnen we als Stad tijdelijke invullingen stimuleren door te fungeren als aanspreekpunt dat de juiste mensen met elkaar in contact brengt en door flexibiliteit qua wetgeving op Vlaams niveau te bepleiten.

9.  We streven verweving en diversiteit na en we kiezen voor nabijheid

Eén van de grootste troeven van Gent is de unieke verwevenheid. Die bruisende mix van functies, sferen, architectuurstijlen en culturen spelen we in de toekomst nog meer uit. De nabijheid en de bereikbaarheid – door de schaal van de stad – scheppen mogelijkheden. De ruimtelijke keuzes moeten die verwevenheid verder mogelijk maken en versterken. Daarbij moeten naast bewoners ook de andere gebruikers ( studenten, toeristen, pendelaars, werkenden, …) elk hun plek(ken) in de stad krijgen zonder dat het evenwicht binnen en de leefbaarheid van die plekken op de helling komt te staan. Iedere Gentenaar moet  binnen zijn woonomgeving (op wandel- of fietsafstand)  toegang hebben tot (lokale) basisvoorzieningen zoals lokaal voedsel, beweging en spel, groen, werk,  onderwijs, kinderopvang en gezondheidszorg. Door het inbrengen van nieuwe voorzieningenclusters en diensten en door het openwerken en doorwaadbaar maken van grote, monofunctionele bedrijven- en voorzieningencomplexen (ziekenhuizen, onderwijsinstellingen, sporthallen…) creëren we micro-centraliteit. Hiermee ambiëren we de vermindering van het aantal autoverplaatsingen van een gezin. We versterken hierdoor ook de sociale cohesie, spelen in op de demografische groei en de vraag naar voorzieningen en creëren ruimte voor economisch groei.  Door in te zetten op fijnmazigheid en nabijheid ontstaan zo nieuwe verdichtingsopportuniteiten.

10.  We beogen selectieve maar hoogwaardige bereikbaarheid

Verweving, diversiteit en nabijheid vergen selectieve bereikbaarheid.  Meer mensen betekent meer verplaatsingen.  De stad moet voor iedereen bereikbaar blijven, maar dit mag niet ten koste gaan van de leefkwaliteit in en rond de stad; we streven naar een bereikbare én leefbare stad, kortom een hoogwaardige eigentijdse stedelijke mobiliteit. Het sleutelwoord moet ook hier weer diversiteit zijn, het inzetten van diverse modi voor goederenvervoer en personenverplaatsing is nodig om de symbiose tussen bereikbaarheid en leefbaarheid echt te halen.

Fietsen en wandelen vormen de basis, met het openbaar vervoer in tweede orde. De stad blijft bereikbaar met de auto, zeker voor de Gentenaars en Gentgebruikers voor wie de wagen om professionele of fysieke reden onmisbaar is.

11.  We stimuleren dynamisch en veranderingsgericht bouwen

Door bij het ontwerp en de realisatie rekening te houden met toekomstige aanpassings- en gebruiksmogelijkheden verlengen we de nuttige levensduur van gebouwen en gebouwelementen. Zo spelen we in op onze veranderende noden en verkleinen we de milieu-impact van het bouwen.

12. Ruimtelijke ontwikkeling ondersteunt de energietransitie

In de ruimtelijke ontwikkeling houden we rekening met de transitie naar een klimaatneutrale stad. We willen een slim, betrouwbaar energiesysteem ontwikkelen dat de maximale integratie van hernieuwbare energiebronnen toelaat in duurzame wijken, duurzame bedrijventerreinen en overheidsgebouwen en dat tegelijk betaalbaar blijft.

De keuze voor een ontwikkeling op een bepaalde plaats bepaalt impliciet een aantal andere keuzes. Het is belangrijk om na te gaan welk type energiebron op welke plek het best zal renderen en hoe de inpassing ervan ook andere ruimtelijke keuzes als densiteit, oriëntatie, configuratie, afstemmen van functies,… kan sturen.

13. De ruimtelijke structuur overstijgt de gemeentegrens: we passen Gent in in een ruimer stedelijk geheel

Ruimtelijke structuren en ontwikkelingen stoppen niet aan de gemeentegrens.  Ruimtelijke ontwikkelingen zoals wonen, werken, mobiliteit, veiligheid, het gebruik van infrastructuur en voorzieningen, natuur en groen(polen) of voedselvoorziening bespreken we op het niveau van de stadsregio.  Zo stemmen we het (ruimtelijk) beleid af op de verwevenheid die bestaat tussen Gent en zijn buurgemeenten, zorgen we ervoor dat synergiën ontstaan en ontwikkelen we mee de stedelijke regio op een evenwichtige, duurzame manier.

De ruimtelijke concepten geven op hoofdlijn aan op welke manier we met de ruimte in en rond Gent, en vooral met de structurerende onderdelen daarvan moeten omgaan en hoe we ze moeten ontwikkelen om de ruimtelijke visie te kunnen realiseren. Ze zijn de basis voor de verdere uitwerking van de Structuurvisie 2030 in latere projecten, plannen en instrumenten. Zij zijn stabiel en kijken (minstens) tot 2030 en waar mogelijk tot 2050 door. Het gaat om de volgende vijf ruimtelijke concepten.

1.  Water, topografie en bodem vormen de basis voor de groeiende stad.

2.  Groen-blauwe dooradering levert zuurstof in en rond de stad.

3.  Een netwerk van voet- en fietspaden en verbindingen voor het openbaar vervoer garandeert selectieve bereikbaarheid.

4.  We verdichten op een slimme manier in de nabijheid van voorzieningen, knooppunten in het mobiliteitsnetwerk en water en groen.

5.  We verweven werk, ondernemerschap en innovatie in de stedelijke ruimte.

6. We zetten in op sturende einergienetwerken op maat en schaal van de plek.

De gewenste ruimtelijke hoofdstructuur bundelt de zes (evenwaardige) ruimtelijke concepten met de ruimtelijke netwerken en accentueert de samenhang ertussen.

Zorgen voor uitvoering

De Stad Gent, de provinciale en regionale overheden, private initiatiefnemers en Gentenaars  hebben in de ruimtelijke ontwikkeling verschillende rollen.

Voor het realiseren van de robuuste structuur van de ruimtelijke netwerken heeft de lokale overheid een belangrijke initiërende en actieve rol. Zeker voor de realisatie van nieuwe (groene) publieke ruimte, het verhogen van de verblijfskwaliteit van bestaande publieke ruimte en het versterken van het fietsnetwerk heeft de stedelijke overheid de sleutel in handen.  Voor onder andere de uitbouw van het OV-netwerk, de bescherming en het vrijwaren van de open ruimte is de lokale overheid de belangrijkste partner van de andere overheden. 

Bij de invulling van thema’s als verweven, verdichten en verluchten, beeldkwaliteit en eigenheid heeft de lokale overheid een trekkende en regisserende rol.  Voor een aantal zaken blijft ze de trekker: de realisatie van maatschappelijke voorzieningen is bij uitstek een taak van de overheid.  Door die voorzieningen op de juiste plek in het stadsweefsel in te plannen, kunnen we de netwerkstructuur versterken en ondersteunen. Toch zal ook bij dit soort realisaties in de toekomst vaker worden gezocht naar een samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid met bewoners en gebruikers.

Het merendeel van ruimtelijke realisaties zijn vooral private initiatieven. Hier heeft de lokale overheid een regisserende rol om er voor te zorgen dat die private initiatieven bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van een plek, een wijk en van de stad als geheel.

Voor de uitvoering van het gedachtengoed en de opties uit de Structuurvisie 2030 rekenen we op de volgende aspecten:

1. Het belang van ontwerp, ontwerpend onderzoek en kwaliteitsbegeleiding

Een goed ontwerp is vaak het resultaat van ontwerpend onderzoek doorheen het proces. We stimuleren ontwerpend onderzoek als methodiek op diverse manieren:

  • Door private partijen te begeleiden en aan te zetten tot ontwerpwedstrijden
  • Door zelf ontwerpwedstrijden te organiseren
  • Door zelf ontwerpend onderzoek uit te voeren(‘bouwblokkenonderzoek’)

Een ‘stadsbouwmeester’ bewaakt samen met een Kwaliteitskamer en de GECORO de ruimtelijke en architecturale kwaliteit.

2. Mensgericht plannen en werken aan gedragsverandering

Er is nood aan een evoluerende mentaliteit rond eigendom. De basis van ons eigendomssysteem dateert uit de tijd van Napoleon Bonaparte en de individuele en collectieve vermogensontwikkeling is hieromheen gebouwd. Alle duurzaamheidsinzichten wijzen er echter op dat evolutie van eigendom naar gebruik als basis voor een duurzame samenleving de logische stap is. Daarnaast stimuleren we het groeiend bewustzijn rond de kwaliteit van nabijheid, van groen en van water.

3.  Ruimtelijke instrumenten en prioritaire acties

We werken instrumenten uit die we zullen inzetten voor de stapsgewijze implementatie van de ruimtelijke opties: stimulerende instrumenten (o.a. voorbeeldenboeken en subsidies), co-productieve instrumenten (o.a. opzetten en ondersteunen van bottum-up experimenten), sturende instrumenten (o.a. verordenende en richtinggevende beleidskaders, verwerving) en intern sturende instrumenten (o.a. organiseren workshops, efficiënte projectstructuren).

4.  Monitoring en regelmatige evaluatie

Omwille van het procesmatige karakter van de structuurplanning verankeren we monitoring en evaluatie systematisch in de uitvoering. We volgen de doorwerking van de ruimtelijke keuzes op een transparante wijze op.  Ook de ruimtelijk strategische projecten evalueren we continu en toetsen we af aan de ruimtelijke beleidskeuzes.

5.  Suggesties aan hogere overheden

De realisatie van de opties uit de Structuurvisie  is een samenspel tussen diverse actoren, waarin andere overheden een belangrijke rol spelen. Voor de aspecten die uitdrukkelijk tot de bevoegdheid van andere overheden behoren, reiken we als lokale overheid  suggesties aan en zetten we samenwerkingen op.

6.  Inzetten op nieuwe strategische projectzones en verder afwerken van lopende kernprojecten uit het RSG

We onderscheiden strategische plekken waarvan de transformatie essentieel zijn in het realiseren van de ruimtelijke ambities.  Het gaat enerzijds om enkele grootschalige ruimtes binnen het bebouwd weefsel waar in de komende decennia ruimte vrijkomt om deze te gaan ontwikkelen of te transformeren.  Anderzijds zijn er in het buitengebied plekken waarvoor we scherpe strategische beleidskeuzes maken. In het structuurplanningsproces zijn denk- en ontwerpoefeningen gemaakt die de potenties én de meerwaarde van deze strategische plekken in beeld hebben gebracht. De projecten uit het RSG 2003 worden afgewerkt.

 

Blijf op de hoogte

De structuurvisie bevindt zich in de officiële procedure voor de goedkeuring. Het ontwerp werd op 27 juni 2017 voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad.

Nu volgt een openbaar onderzoek, van 1 september 2017 tot en met 29 november 2017. Tijdens die periode kan iedereen officieel opmerkingen en bezwaren indienen.

In september en oktober vinden infomomenten plaats.

U kunt dit ontwerp hier volledig nalezen.

Tijdens de periode van het openbaar onderzoek, van 1 september 2017 tot en met 29 november 2017, kunt u het ontwerp inkijken bij het Loket Stedenbouw en Openbaar Domein, Administratief Centrum Zuid, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent. Het Loket is open op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag van 9 tot 12.30 uur, op woensdag ook van 14 tot 16 uur, op dinsdag ook na afspraak tussen 16.30 en 19 uur.

Een animatiefilm van 2 minuten vat de belangrijkste krachtlijnen samen.

Deze film bestaat ook in het Engels.

Enkele getuigen vertellen in vijf filmpjes wat Ruimte voor Gent voor hen betekent. Van een van de filmpjes is ook een Engelstalige versie beschikbaar.

Van 23 oktober 2016 tot 7 mei 2017 liep in het STAM de tentoonstelling ‘A glimpse of where we’re going’, waarin kunstenares Elly Van Eeghem de stad van de toekomst verbeeldde. Naast installaties van verschillende kunstenaars en samenwerkingsprojecten met bewoners, kwamen ook de ruimtepiloten en de principes uit Ruimte voor Gent aan bod. U kunt die sleutelmomenten in de stedenbouw van Gent opnieuw bekijken in een digi-expo.

Elke maand vond een ‘salon’ plaats, waarin medemakers en externe stemmen met elkaar en met het publiek in gesprek gingen over hun blik op toekomstige verstedelijking. De gesprekken werden gefilmd en achteraf toegevoegd aan de tentoonstelling. U kunt de gesprekken van de salons opnieuw bekijken op www.stamgent.be.

Het recentste nieuws over Ruimte voor Gent krijgt u op de Facebookpagina van de Stad Gent, op Twitter en in onze nieuwsbrief. Schrijf u hieronder in voor de nieuwsbrief.

Hoe de Structuurvisie tot stand kwam

De Structuurvisie 2030 – Ruimte voor Gent is een werk van vele handen. Heel veel mensen, diensten en organisaties hebben van bij het prille begin meegewerkt aan de nieuwe ruimtelijke visie voor Gent. Dit in een van de vaste overlegorganen, tijdens een van de vele discussie-avonden of evenementen, door een idee op de website te plaatsen of door als expert inhoudelijk advies te geven.  Wij willen iedereen die een bijdrage heeft geleverd hartelijk bedanken.

  • Alle leden van de denktank: de denktank is een diverse groep van een dertigtal breeddenkende Gentenaars die het hele structuurplanningsproces hebben meegemaakt. In deze groep zitten mensen die zich verbonden voelen met de toekomst van Gent, met een open geest kunnen debatteren, respect hebben voor andere visies enover voldoende gedrevenheid beschikken om te willen participeren gedurende het hele traject. Tijdens de denktankbijeenkomsten werd op een vrij abstract en conceptueel niveau gebrainstormd over de ruimtelijke toekomst van de stad.Het materiaal dat uit de discussies kwam leverde input aan het projectteam om tot een vernieuwende toekomstgerichte en duurzame ruimtelijke visie op Gent te komen. Diversiteit (in perspectieven en toegang tot netwerken) in de samenstelling was een uitgangspunt. Zo kon de input vanuit diverse perspectieven tot (innovatieve) synergiën bijdragen. Bij de samenstelling van de denktank hebben we tevens bewust gekozen voor een sterke vertegenwoordiging uit de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (Gecoro); in totaal werden 17 Gecoro-leden uitgenodigd (7 deskundigen en de 10 vertegenwoordigers vanuit het middenveld). We brachten de denktank een zevental keer samen.
  • Alle leden van de Gecoro: naast de aanwezigheid in de denktank, werd de Gecoro ook op een meer formele manier betrokken. We lichtten ‘Ruimte voor Gent’ twee keer toe tijdens het Gecoro-overleg. Aanvullend hielden we drie inhoudelijke workshops met geïnteresseerde Gecoro-leden.
  • Alle leden van het projectteam: het projectteam vertegenwoordigt de diverse betrokken stadsdiensten. Op geregelde tijdstippen bieden zij de broodnodige input vanuit hun expertise (groen, mobiliteit, wonen enzovoort). Het projectteam is het sleutelorgaan in het inhoudelijke planningsproces. Het bereidt voor en verwerkt; het is forum waarin de diensten die beleidsvoorbereidend werk met een grote ruimtelijke impact verrichten, verenigd zijn. Ook de drie politieke fracties zijn via hun kabinetten vertegenwoordigd, zodat het politieke niveau nauw betrokken bij het proces blijft. Het projectteam kwam tot op vandaag (12 juli 2017) 28 keer samen.
  • Alle leden van het kernteam: het kernteam neemt de organisatie van het proces op zich en stuurt. De beslissingen die in het kernteam worden genomen, zijn vooral van procesmatige en organisatorische aard. Het is samengesteld uit de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning (inhoudelijk trekker van het proces), de Dienst Milieu en Klimaat (trekker van het MER-luik) en de Dienst Beleidsparticipatie (trekker luik communicatie en participatie). Tot op vandaag (12 juli 2017) kwam het kernteam 44 keer samen.
  • Alle leden van het ambtelijk forum: in het ambtelijk forum en de stuurgroep betrekken we de stadsdiensten die niet in het projectteam zijn vertegenwoordigd. De stadsdiensten die beleidsvoorbereidend werk doen waarvan de ruimtelijke impact eerder beperkt is, en stadsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van ruimtelijke projecten, krijgen de kans om tijdens het ambtelijk forum vanuit hun invalshoek aandachtspunten aan te geven. Het ambtelijk forum is al 2 keer samengekomen. Aanvullend werd met alle diensten en departementen uit het ambtelijk forum minstens twee keer een bilateraal overleg georganiseerd.
  • Alle leden van het strategisch team en de stuurgroep: de documenten die in overleg met het kernteam, het projectteam en het ambtelijk forum zijn voorbereid, worden geviseerd door het strategisch team (op ambtelijk niveau) en door de stuurgroep (op politiek niveau). Het strategisch team verzorgt de inhoudelijk strategische sturing in het proces. Hier worden de teksten die voorbereid zijn door het projectteam besproken tot hierover op ambtelijk vlak consensus bestaat. Dit strategisch team is beperkt in omvang en bevat het departementshoofd en de diensthoofden van de beleidsdiensten met een belangrijke ruimtelijke impact. Het strategisch team kwam tot op vandaag 18 keer samen. De stuurgroep is een gemengd ambtelijk/politiek overleg. Ze bespreekt de teksten met het oog op politieke besluitvorming. De stuurgroep bestaat uit de betrokken schepenen en kabinetten, de stadssecretaris, departementshoofden en vertegenwoordigers van het kernteam. Er werden al drie stuurgroepen georganiseerd.
  • Alle burgers die een idee hebben gepost op de website www.ruimtevoor.gent: van bij het begin vonden we het belangrijk een breed maatschappelijk draagvlak te creëren en het debat te voeren met alle Gentenaars en Gent-gebruikers. De online communicatie is daarin heel belangrijk. De themawebsite www.ruimtevoor.gent bundelt alle informatie over Ruimte voor Gent en had ook een participatief luik. In het voorjaar van 2015 kon iedereen zelf ideeën voor de stad van de toekomst posten. We klokten af op 234 ideeën.
  • Alle medewerkers van de ruimtepiloten: uit die ideeën selecteerden de denktank en de Stad enkele voorbeelden waaraan de Stad samen met de indieners en experten verder onderzoek koppelde. Er kwam een proces van cocreatie op gang. Deze bottom-up-ideeën bieden een inspiratie voor de Structuurvisie 2030 en verbeelden een mogelijke toekomst voor Gent. Ze zetten aan om over concrete oplossingen na te denken en tonen wat mogelijk is. Deze trajecten lopen de komende jaren verder in de praktijk.
  • Alle deelnemers aan de verschillende doelgroepen-groepsgesprekken: al van bij aanvang van het traject werden intakes georganiseerd met een breed scala van organisaties, kennisinstellingen en verenigingen om samen te bekijken wanneer in het traject en op welke manier hun specifieke doelgroep deel kon nemen aan het debat. Hun deelname gebeurde dan ook op maat van de specifieke doelgroep en hun input werd gaandeweg mee opgenomen in het inhoudelijke traject. De Stad haakte daarbij waar mogelijk en relevant aan bij andere lopende (beleids)trajecten en samenkomsten, zoals Wijk van de Maand, waarbij een bepaalde stadswijk in de kijker staat. Daarnaast gingen we langs bij verschillende specifieke doelgroepen (30-tal gesprekken) voor wie het onlineverhaal minder evident is om op aan te haken om met hen in dialoog te gaan over Ruimte voor Gent. Andere diensten en partners engageerden zich ook om zelf initiatieven op te zetten rond Ruimte voor Gent. Zo hield de Jeugddienst een aantal werksessies in scholen, en organiseerde VormingPlus wandelingen en discussiemomenten in het kader van Wijk van de Maand.
  • Alle deelnemers aan de publieksevenementen: naast de discussiegroepen met verschillende doelgroepen kwamen er publieksevenementen met fietstochten en debat: de ‘inspiratiedag’ in oktober 2016 (100-tal deelnemers) en het ‘toekomstgesprek’ in maart 2017 (80-tal deelnemers).
  • Alle medewerkers en medemakers van de tentoonstelling ‘A Glimpse of where we’re going’ in het STAM: de tentoonstelling ‘A Glimpse of where we’re going’ in het STAM van oktober 2016 tot mei 2017 toonde de toekomstige verstedelijking door de ogen van kunstenares Elly Van Eeghem.
  • Alle mensen die meewerkten aan de filmpjes die in het kader van Ruimte voor Gent gedraaid werden, zowel voor als achter de schermen.
  • Alle experten die hebben meegewerkt aan de voorbereidende deelstudies om het document te voeden.
  • OMGEVING cvba, Drift en New Shoes Today voor de procesbegeleiding.